home wat is beeldkraken nieuwsbrief contact inloggen
gratis demonstratie module overzicht
Vakgebieden
filters

De klassieker

Het eerste gezicht


  1. a. Wat is het eerste woord dat in je opkomt als je naar deze afbeelding kijkt?
    b. Omschrijf in één zin zo duidelijk mogelijk wat je op deze afbeelding ziet.
  2. a. Kies van de afbeelding één persoon uit.
    b. Waarom is deze persoon jou opgevallen?
    c. Wat kun je zeggen over de houding, de gezichtsuitdrukking en de kleding van deze persoon?
  3. Noem drie dingen die je opvallen aan deze groep mensen.
  4. Wat zie je op de achtergrond?
  5. Streep van de twee woorden telkens één woord weg die jij het minst bij de afbeelding vindt passen: blij/boos , saai/spannend, groot/klein, druk/rustig, veel/weinig, slordig/netjes, orde/chaos, mooi/lelijk, gewoon/speciaal, modern/ouderwets, samen/alleen, actief/passief.