home wat is beeldkraken nieuwsbrief contact inloggen
module overzicht
Vakgebieden
filters

Een nieuw wereldbeeld

C
CKV |
G
geschiedenis |
M
maatschappijleer |
N
Nederlands

Achtergrondinformatie


Je hebt het al talloze malen gezien: de zon die aan het einde van de dag langzaam achter de horizon zakt. Het lijkt dan net alsof de zon om de aarde draait en niet andersom. Het is dan ook geen wonder dat eeuwenlang door geleerden en het gewone volk werd gedacht dat de aarde het middelpunt van het universum is.

 

De Griekse astronoom en astroloog Claudius Ptolemaeus, die van 87 tot 150 na Christus leefde, stelde dat de aarde zich in het centrum van het heelal bevindt. De zon, planeten en sterren zouden volgens hem om een stilstaande aarde heen bewegen. Dit noem je een geocentrisch beeld van het zonnestelsel.

 

Inmiddels weten we dat dat niet klopt, maar lange tijd waren de opvattingen van Ptolemaeus heersend in de Europese en Arabische wetenschap. Meer dan 1400 jaar, tot ver na de middeleeuwen, bleef het zogenaamde Stelsel van Ptolemaeus onaangetast.

 

Het was de wiskundige en astronoom Nicolaas Copernicus (1473 – 1543) die stelde dat de aarde om de zon draait. Hij berekende dat de zon een centrale plaats in het zonnestelsel inneemt en dat alle planeten om de zon bewegen. Dit wereldbeeld noemen we het heliocentrische wereldbeeld.

 

Copernicus durfde zijn theorie niet meteen bekend te maken, omdat hij bang was voor kritiek. Zo kon hij niet uitleggen waarom de dingen niet van de aarde af vallen. De heersende theorie over de zwaartekracht hield namelijk in dat alle voorwerpen naar het midden van het universum vallen. Dit klopte met het geocentrische stelsel, waar de aarde het centrum is, maar niet met zijn nieuwe wereldbeeld. 

 

Bovendien was hij bang dat de kerk hem als ketter zou zien. In zijn opvattingen was namelijk geen plaats meer voor de hel en de hemel zoals dat in de Bijbel stond geschreven.

 

Vanuit de katholieke kerk kwam in eerste instantie weinig weerstand tegen zijn werk. Dit veranderde toen de Italiaanse astronoom en wiskundige Galileo Galilei (1564 – 1642) met zijn telescoop de hemellichamen bestudeerde en met bewijzen aankwam die het wereldbeeld van Copernicus ondersteunden. De kerk opende toen de aanval tegen het idee dat de aarde om de zon zou draaien.

 

De boeken van Galileo kwamen op de Index te staan, een door de paus vastgestelde lijst van verboden boeken. De wetenschapper zelf werd door kerkelijke rechtbank in Rome veroordeeld tot levenslang huisarrest. Ook werd Galileo gedwongen zijn leer voorgoed af te zweren.

 

Al deze kerkelijke maatregelen konden niet voorkomen dat het wereldbeeld van Copernicus steeds meer aanhangers kreeg. De zwaartekrachttheorie van Isaac Newton en de bewegingswetten van Kepler haalden in de zeventiende eeuw de laatste bezwaren weg tegen het heliocentrische wereldbeeld. Het beeld bleek aan alle kanten te kloppen.

 

Op de afbeelding zie je de noordelijke sterrenhemel volgens Ptolemaues. Deze illustratie is te zien in de sterrenatlas 'Harmonia Macrocosmica'. Deze atlas werd geschreven door carthograaf Andreas Cellarius en in 1660 gepubliceerd door Johannes Janssonius.