home wat is beeldkraken nieuwsbrief contact
module overzicht
Vakgebieden
filters

Het rampjaar

C
CKV |
G
geschiedenis |
M
maatschappij |
N
Nederlands

Achtergrondinformatie


Nederland heeft op dit moment een koning als staatshoofd. Toch is dat niet altijd zo geweest. Nederland was van 1588 tot 1795 een republiek, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zeven provincies hadden een gezamenlijk leger en werkten samen met handeldrijven.

 

De zeven provincies waren: Groningen, Holland, Zeeland, Friesland, Overijssel, Utrecht en Gelderland. Van iedere provincie kwamen afgevaardigden naar de Staten-Generaal in Den Haag, waar er flink werd vergaderd om het land te besturen.

 

Er waren twee mannen in die Staten-Generaal die veel te vertellen hadden. Deze mannen waren de stadhouder en de raadpensionaris. De stadhouder was de baas van het leger en hij behoorde tot de Oranjefamilie. Hij werd niet gekozen door het volk, maar had zijn rol geërfd van zijn vader. De raadpensionaris werd wel gekozen; je kunt hem vergelijken met een huidige minister-president.

 

Stadhouder Willem II overleed in 1650. Zijn opvolger werd acht dagen later geboren. Zo’n baby kon natuurlijk nog niet als stadhouder gaan werken. Dit kwam de regenten, de bestuurders van de Republiek, goed uit. Zij hadden het namelijk niet zo op het erfrecht van het stadhouderschap.

 

De regenten vonden dat de kans op corruptie te groot was als een machthebber zijn rol erfde van zijn vader. Bovendien kwam lang niet altijd de beste kandidaat aan de macht. Daarom besloten de regenten, toen er nog geen goede vervanger was van de stadhouder, het stadhouderschap op te heffen. In 1650 begon zo het Eerste Stadhouderloze Tijdperk.

 

In 1653 werd Johan de Witt benoemd tot raadpensionaris van het graafschap Holland. Negentien jaar lang was hij de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Zijn broer Cornelis voerde ook belangrijke taken uit. Zo voer Cornelis met Michiel de Ruyter mee met de Tocht naar Chatham, een belangrijke zeeslag in de Nederland-Engelse oorlog.

 

Toen Johan de Witt aan de macht was, ging het een lange tijd goed met de Republiek. Er was veel economische welvaart en op zee voer een sterke vloot. Maar in 1672 kwam er ineens een omkeer in de voorspoed. In dit rampjaar werd de Republiek vanaf drie kanten aangevallen. Grote stukken grond werden in rap tempo veroverd, want de Republiek mocht dan een ijzersterke vloot hebben, het leger was zwak en verwaarsloosd en werd snel onder de voet gelopen.

 

Door de snel oprukkende legers van de vijand raakten veel burgers van de Republiek in paniek. Veel mensen hadden geen enkel vertrouwen meer in raadpensionaris Johan de Witt. Zij vonden dat hij het leger verwaarloosd had, waardoor de Republiek in de problemen was gekomen.

 

Een groot deel van het volk wilde graag dat er weer een stadhouder aan de macht kwam. De straten vulden zich dan ook met mensen die riepen om de prins van Oranje. Ze vonden dat Willem III, zoon van stadhouder Willem II, het leger moest aanvoeren om de Republiek uit de ellende te halen.

 

Lynchpartij

Op 4 juli werd prins Willem verheven tot stadhouder van Holland. De regering viel en Johan de Witt diende zijn ontslag in. Maar dit was niet genoeg voor het volk. Ze waren boos op Johan de Witt en woedend op zijn broer Cornelis. Deze laatste werd namelijk verdacht van het beramen van een moordaanslag op prins Willem III. Wat volgde is één van de bloedigste aanslagen uit de geschiedenis van Nederland.

 

De gebroeders de Witt werden op 20 augustus 1672 bij de Gevangenpoort in Den Haag vermoord. Een opgehitste, dronken en woedende menigte bracht de mannen op gruwelijke wijze om. Daarna werden hun lijken opgehangen en verminkt door omstanders. De afgesneden lichaamsdelen werden uitgedeeld, verkocht en zelfs opgegeten.

 

In het Haags Historisch museum kun je nu een tong en één van de vingers van de gebroeders de Witt bekijken. Over het rampjaar 1672 wordt ook wel gezegd: het volk was redeloos, het land was reddeloos en de regering was radeloos.

 

Van de lynchpartij op de Haagse executieplaats 'het Groene Zoodje' zijn veel prenten gemaakt. De getoonde afbeelding is er één van. De afbeelding verscheen in 1728 in een geschiedenisboek.